Er mag gejuicht worden in het vernieuwde stadion van F.C. Twente in Enschede.

Het huidige stadion van FC. Twente, het "Arkestadion", wordt uitgebreid. Het stadion is eind jaren negentig gerealiseerd, maar is nu alweer te klein. De fundering van het bestaande stadion bestaat uit in de grond gevormde grondverdringende palen type Jac.O. De paalpuntniveau's van deze palen variëren van mv – 12,0 m tot mv – 16,0 m en zijn destijds door Mos Grondmechanica bepaald.
De uitbreiding van het stadion moet eveneens op palen worden gefundeerd, omdat de ondergrond ter plaatse van het stadion sterk varieert. Het bodemprofiel bestaat afwisselend uit dicht tot zeer dicht gepakte zandlagen en leemlagen. Lokaal komen er zwerfkeien voor. Op een diepte van circa mv – 18,0 à mv – 19,0 m bevindt zich een overgeconsolideerde leemlaag die tot grote diepte aanwezig is.
De meest geschikte laag om de palen in te funderen betreft een dicht tot zeer dichte gepakte zandlaag die wordt aangetroffen op een diepte variërend van mv – 14,5 m tot mv – 16,5 m. De laag waarin gefundeerd wordt is relatief dun en heeft slechts een dikte van 2,5 m tot 4,0 m.
De kolomlasten vanuit de spanten van de tribunes variëren van 9.000 tot 11.400 kN. De voorkeur van de constructeur ging, mede vanwege de beperkte beschikbare ruimte, uit naar het toepassen van
6-paalspoeren (circa 1900 kN/paal). Gekozen is voor het toepassen van Vibro-palen, vanwege het relatief hoge draagvermogen en het gunstige last-vervormingsgedrag van dit systeem.
De stramienmaat van de spanten bedraagt 10,80 m. Door de constructeur is een rotatiecriterium van circa 1:1000 aangegeven hetgeen betekent dat tussen de spanten onderling een maximaal zettings-verschil van slechts 10 mm mag optreden!
In het ontwerp is gestreefd naar zo weinig mogelijk variatie in paalpuntniveau om tot een goed uitvoerbaar palenplan te komen. Het heien van de palen mag verder geen negatieve invloed hebben op de reeds aanwezige palen. In principe mogen de Vibropalen, van de poeren die het dichtst bij de bestaande palen liggen, niet dieper worden ingebracht dan de Jac-O palen.
De dikte van het zandpakket, dat onder de paalpunt resteert, varieert hierdoor aanzienlijk. Omdat onder dit zandpakket de leem begint is extra aandacht besteed aan de optredende zettingen, mede gezien de strenge rotatie eis van 1:1000. Volgens de norm moet, tot een diepte van 2,0 x kleinste afmeting van de poer, bepaald worden welke zettingen in de leemlaag optreden (w2). Per afwijkende sondering is, naast de 'normale' paalzetting deze extra zetting berekend.
De in de zettingsberekeningen in te voeren belasting op het paalpuntniveau bestaat uit de totale kolomlast verminderd met de ontwikkelde paalschachtwrijving. Omdat het bodemprofiel sterk gelaagd is (zand- en leemlagen) is ten behoeve van de zettingsberekeningen de positieve kleef gereduceerd. In plaats van een schachtwrijving van 1,2 % is uitgegaan van een schachtwrijving van 0,8 %. Op basis van de zettingsberekeningen kon worden geconcludeerd dat, met uitzondering van één locatie, overal aan de rotatie-eis kon worden voldaan. Door de paalpunt ter plaatse van de afwijkende locatie 0,25 m hoger te kiezen kon hier ook aan de rotatie-eis worden voldaan. Ook in het nieuwe stadion mag dus uitbundig gejuicht worden; aan de fundering zal het niet liggen!